Denkfouten
De foutenbibliotheek: 35 herkenbare denkfouten, elk met een hint en een uitleg voor het kind.
- Afronden naar de verkeerde kantafronden-verkeerde-kant
Bij afronden kiest het kind het verkeerde buurgetal, of kapt het getal af in plaats van af te ronden.
- Het andere deel genomenandere-deel-genomen
Niet het gevraagde deel is gegeven maar de rest: wat overblijft, wat er nog bij kan, of één stuk in plaats van het geheel.
- Cijfers omgedraaidcijfers-verwisseld
De cijfers van het juiste antwoord staan in de verkeerde volgorde (56 → 65).
- Verkeerd deel genomendeel-van-geheel-verkeerd
Bij procenten of breuken van een hoeveelheid wordt het verkeerde deel genomen: de helft in plaats van een kwart, of een tiende in plaats van de helft.
- Een stap overgeslagendeel-vergeten-bij-splitsen
Een deel van de berekening is niet gedaan: één stukje van een splitsing, één laag, één zijde, de laatste stap van een deling of de laatste dagen van een periode.
- Eén ernaasteen-ernaast
Het antwoord zit één stap, één stuk, één laag of één sprong te hoog of te laag: een telfout, geen begripsfout.
- Verkeerde stap bij omrekeneneenheid-verkeerd-omgerekend
Bij omrekenen wordt een verkeerde factor gebruikt (1 km = 100 m) of de verkeerde kant op gerekend.
- Geld verkeerd geteldgeld-verkeerd-geteld
Bij geld tellen of teruggeven is een munt overgeslagen, alleen de grootste geteld, of te veel of te weinig teruggegeven.
- Getal uit de vraag overgenomengetal-overgenomen
Het antwoord is een getal dat al in de vraag stond, of een stuk ervan: er is niet gerekend maar overgeschreven.
- Grafiek of tabel verkeerd afgelezengrafiek-verkeerd-afgelezen
De verkeerde rij, kolom of staaf is gelezen, een streepje ernaast, of er is geteld in streepjes in plaats van in de waarde per streepje.
- Grotere noemer, grotere breukgrotere-noemer-is-groter
Het kind denkt dat een breuk met een grotere noemer groter is (1/8 > 1/4).
- Dagen verkeerd geteldkalender-verkeerd-geteld
Bij dagen tellen is de eerste dag meegeteld, is met dertig dagen per maand gerekend, of is de maandgrens dubbel geteld.
- Altijd de kleinste van de grootste afhalenkleinste-van-grootste
Bij aftrekken per kolom wordt het kleinste cijfer van het grootste afgehaald, ongeacht de positie (52 - 37 → 25).
- Klok verkeerd gelezenklok-verkeerd-gelezen
De wijzers zijn verwisseld, 'half' is bij het verkeerde uur gezet, of het is een uur of vijf minuten ernaast.
- Komma op de verkeerde plekkomma-verschoven
Bij vermenigvuldigen of delen met 10, 100 of 1000 schuift de komma de verkeerde kant op of het verkeerde aantal plekken.
- Cijfers achter de komma als heel getalkommagetal-als-geheel
De cijfers achter de komma worden gelezen als een heel getal (0,25 > 0,5 omdat 25 > 5).
- Nul vergeten of te veelnul-fout-tientallen
Bij rekenen met tientallen of honderdtallen ontbreekt een nul of staat er één te veel (7 × 30 → 21 of 2100).
- Verkeerd om gedeeldomgekeerd-gedeeld
De getallen worden in de verkeerde volgorde gedeeld, bijvoorbeeld tijd door afstand in plaats van afstand door tijd.
- Omtrek en oppervlakte verwisseldomtrek-oppervlakte-verwisseld
Het kind rekent de omtrek uit als om de oppervlakte wordt gevraagd, of andersom.
- Niet herkende foutonbekend
Het antwoord past bij geen bekende denkfout. Wordt gebruikt als vangnet; de algemene hint van het leerdoel wordt getoond.
- Onthouden vergetenonthouden-vergeten
Bij optellen of aftrekken op papier wordt de 1 om te onthouden of te lenen vergeten (47 + 38 → 75).
- Optellen in plaats van keeroptellen-ipv-vermenigvuldigen
Het kind telt de twee getallen bij elkaar op in plaats van te vermenigvuldigen (7 × 8 → 15).
- Cijfers in de verkeerde kolomplaatswaarde-verkeerd
Getallen worden niet goed onder elkaar gezet, waardoor tientallen bij eenheden komen.
- Procent van het verkeerde geheelprocent-verkeerde-basis
Het percentage wordt berekend over een ander bedrag dan het hele bedrag (korting over de nieuwe prijs).
- Rest verkeerd gebruiktrest-vergeten
Bij delen met rest wordt de rest vergeten, bij het aantal opgeteld, of wordt naar beneden afgerond terwijl er juist een extra nodig is.
- Verkeerd geschatschatting-verkeerd
Bij schatten is precies gerekend, is maar één getal afgerond, of zijn beide getallen dezelfde kant op afgerond zodat de schatting te ver af zit.
- Verkeerd gespiegeldspiegelen-verkeerd
De figuur is niet gespiegeld maar verschoven, of gespiegeld in de rand in plaats van in de spiegellijn.
- Eén groepje ernaasttafelbuur
Het antwoord is het tafelproduct één stap te laag of te hoog (7 × 8 → 49 of 63).
- Minteken vergetenteken-vergeten
Bij negatieve getallen wordt het minteken genegeerd of de verkeerde kant op gerekend (van −4 naar 7 is 3 in plaats van 11).
- Teller en noemer apart optellenteller-en-noemer-optellen
Bij het optellen van breuken worden tellers én noemers opgeteld (1/4 + 2/4 → 3/8).
- Een tiende of honderdste ernaasttiende-of-honderdste-ernaast
Bij kommagetallen zit het antwoord één tiende of één honderdste te hoog of te laag: de komma staat goed, maar er is een cijfer verkeerd opgeteld of onthouden.
- Eén tiental ernaasttiental-ernaast
Het antwoord zit precies 10 (of één tiende) te hoog of te laag; vaak een telfout bij rijgen of aanvullen.
- Tijd rekenen als kommagetaltijd-als-kommagetal
Uren en minuten worden behandeld als tientallig getal (1,5 uur = 1 uur 50 minuten; 8:45 + 0:30 = 8:75).
- Verhouding verkeerd doorgetrokkenverhoudingstabel-verkeerd
In een verhouding wordt opgeteld waar het keer moet zijn, of de tabel wordt één stap te ver of te kort doorgetrokken.
- Verkeerde bewerkingverkeerde-bewerking
Het kind kiest de verkeerde bewerking: optellen waar het aftrekken moet zijn, of andersom.